21 mei

Mechelen pakt pesten aan met KiVa

De stad Mechelen koos in 2014 om in te stappen in het KiVa-antipestprogramma. Alle scholen kregen de mogelijkheid om kennis te maken met dit wetenschappelijk antipestbeleid en om het programma te implementeren in hun school. De stad ondersteunt zowel logistiek, inhoudelijk als financieel en gelooft in de kracht van het KiVa-programma, zowel op klas-, school- als stadsniveau. Wij spraken met mevrouw Leentje Winkelmans en Eleen Naessens van de Mechelse afdeling preventie en veiligheid:

1. Wat is doorslaggevend geweest om het KiVa-antipestbeleid te implementeren?

Op het moment dat we in 2014 in de media een artikel zagen over KiVa, deden we heel veel losse initiatieven zoals toneel- en filmvoorstellingen, infoavonden, een folder voor ouders… die allemaal op verschillende aspecten van pesten inzetten: ouderbetrokkenheid, cyberpesten en sensibiliseren van leerkrachten en leerlingen.

Wanneer we meer informatie opzochten over KiVa, merkten we dat het om een schoolbreed programma gaat dat al deze lossen elementen samenbrengt en aansluit bij onze sociale preventieve visie en het strategisch veiligheids- en preventieplan. Wat ons het meest aansprak, was de wetenschappelijke onderbouw en inspirerende benadering van de problematiek, namelijk: de kracht van de groep, geen eenzijdige focus op dader-slachtofferrelatie. Als je pesten wil stoppen, heeft iedereen een rol te spelen.

 

2. Hoe hebben jullie KiVa geïntroduceerd in de scholen?

In 2014 zijn we gestart met 2 pilootscholen en 1 school die KiVa sowieso wilde implementeren. Dat gaf ons de tijd om uit te zoeken hoeveel scholen interesse hadden, om een financieel voorstel uit te werken in samenwerking met Tenz en om dit voor te leggen aan het stadsbestuur.

 

In december 2014 was er een voorstelling aan het Onderwijs Overleg Mechelen met coördinerende directies. In februari 2015 volgde er een algemeen infomoment voor alle scholen en in juni 2015 gaven 23 van de 34 basisscholen aan interesse te hebben. Vervolgens organiseerden we een introductiesessie voor de deelnemende scholen. De opleidingen waren gespreid over 2 schooljaren. Scholen konden kiezen om het eerste of het tweede schooljaar de opleiding tot KiVa-school te volgen.

 

3. Hoe ondersteunen jullie als stadsbestuur de KiVa-scholen?

We ondersteunen zowel logistiek, inhoudelijk als financieel. Een medewerker bij de dienst Sociale Preventie organiseert de opleidingen, de bestellingen, de lokale intervisies en een jaarlijkse KiVa kick-off in september voor alle KiVa-scholen. Daarmee onderlijnen we de kracht van de groep, zowel op klas-, school- als op stadsniveau. De kick-off zorgt voor verbondenheid, fierheid en geeft een positieve connotatie aan KiVa dankzij het feestelijke gebeuren met veel muziek, kleur en dans. Het is telkens een groot event waar iedereen naar uitkijkt.

 

4. Zijn jullie tevreden over het KiVa-programma?

We geloven in KiVa omdat het veel meer is dan een degelijk antipestprogramma. Door te werken aan de kracht van de groep, werk je aan zoveel meer zoals groepsdruk, weerbaarheid, sociale cohesie, positieve attitudes t.o.v. diversiteit, conflicthantering, sociale vaardigheden… Dit komt iedere leerling (en ook leerkracht) ten goede in hun verdere ontwikkeling.

Daarnaast geloven we in Mechelen heel sterk in de 'No Blame'-methodiek. De interventie-methodieken van KiVa sluiten hier naadloos bij aan. KiVa-scholen geven positieve feedback: leerlingen ontwikkelen een taal waarmee ze zich kunnen uitdrukken en er heerst een veilig kader om vrijuit te spreken. Leerkrachten van deze scholen zijn blij met de handvaten die ze krijgen (lessenreeks, interventies, handelingskader). Ze hoeven geen straffen meer uit te delen, maar gaan in gesprek door het vernieuwd inzicht en de interventies.

Naast deze feedback hadden we ook graag objectieve resultaten gezien. In de oorspronkelijke versie zou in de KiVa-game een evaluatie vervat zitten. Dit is uiteindelijk niet doorgegaan. Behalve de veelbelovende buitenlandse rapporten, hadden we weinig zicht op lokale effecten. We startten daarom een eigen onderzoek bij 6 scholen die de opleiding in het tweede schooljaar volgden. Daarbij vonden 2 metingen plaats (nulmeting en controle) waarbij leerlingen een digitale vragenlijst invulden. Uit dit kleinschalig en indicatief onderzoek in samenwerking met Thomas More en KuLeuven, merkten we op dat het aantal pesters en slachtoffers daalt in een leeftijdscategorie waar men normaal een stijging waarneemt bij dezelfde leeftijd. In het nieuwe contract zijn er wel evaluaties voorzien, zowel een bevraging van leerkrachten als leerlingen, als ook een zelfevaluatie-instrument. Dit zegt elke school iets over het welbevinden op hun school en zo is er onmiddellijk zicht op waar bijsturing nodig is. Ook de zelfevaluatie zegt iets over de mate waarin KiVa goed geïmplementeerd is of niet.

 

5. Hoe lang willen jullie nog verder doen?

Hoewel het wetenschappelijk onderzoek in het buitenland positiever wordt, zijn we ook op zoek naar lokale bevestiging om het lokaal bestuur te blijven overtuigen dat het om een goede investering gaat. Door de ontwikkeling van het zelfevaluatie-instrument en de monitor (online vragenlijsten voor leerlingen en leerkrachten om zo de eigen KiVa-werking in kaart te brengen) komt KiVa tegemoet aan de behoefte om een inschatting te maken van in welke mate scholen KiVa geïmplementeerd hebben en de effecten hiervan bij leerlingen.

Scholen die nog steeds moeilijk hun weg vinden tot implementatie, willen we alsnog aanmoedigen om deze stappen te zetten. Onze doelstelling is om KiVa te laten integreren in het DNA van een school. Daarnaast realiseren we ons dat er binnen een stedelijke context veel op scholen afkomt. Er zijn veel uitdagingen en tegelijk is er geen enkel programma dat zo warm onthaald wordt als KiVa. Het dekt zoveel ladingen, het zou spijtig zijn moesten we het nu loslaten. We wisten toen we begonnen met dit traject niet dat er na een licentie van 3 jaar een nieuwe licentie zou moeten afgesloten worden. Op dit moment stellen we een plan van aanpak op die een verduurzaming garandeert. Het nieuwe bestuur kan een gefundeerde keuze maken inzake de rol die zij zullen blijven spelen. We blijven dromen: een derde wave (nieuwe KiVa-scholen), KiVa bij kleuters, KiVa in eerste graad secundair, bijkomende opleidingen of opfrissingscursussen in de huidige kernteams.

 

6. Hoe verloopt jullie samenwerking met Tenz, het vormingscentrum dat KiVa aanbiedt?
We hebben een heel goede samenwerking. Toen het Finse KiVa-programma gelanceerd werd in 2014 was Tenz nog op zoek naar hoe ze het programma zou vorm en inhoud geven in Vlaanderen. Daar zijn we in blijvende dialoog tot een mooie overeenkomst gekomen. We waren er vrij snel uit dat we blijvend intervisie wilden aanbieden en kunnen hiervoor nog altijd op de expertise van Tenz rekenen. Daarnaast hebben ze de kennis in huis om aantrekkelijk materiaal te voorzien zoals de lessenreeks "Onze klas, ons team". Met andere woorden, we kunnen rekenen op een totaalpakket. Ook nu merken we een grote bereidheid om samen na te denken over de komende uitdagingen. Het is fijn dat we elkaar inspireren.

 

7. Zou je KiVa aanbevelen? Waarom?

Zoals hierboven omschreven raakt het KiVa-programma zoveel verschillende thema's die uitermate waardevol zijn in de ontwikkeling van kinderen. Het programma komt tegemoet aan heel veel welzijnsdoelstellingen. Daarnaast zijn er wel meer programma's die inzetten op het versterken van leerkrachten, maar soms ontbreekt de vertaalslag naar de klas. In dit geval is er met de lessenreeks ‘Onze klas, ons team’ duidelijk lesmateriaal aanwezig waardoor de stap naar een schoolbrede implementatie klein is. Door dit stadsbreed aan te bieden, bekomen we een meerwaarde op veel andere terreinen: kinderen gebruiken de aangeleerde taal ook buiten de schoolse context. We hopen dat de aangeleerde vaardigheden ook in de eerste graad van het secundair onderwijs aanwezig blijven. Leerlingen komen dan in een nieuwe samenstelling terecht en met wat geluk kennen hun nieuwe klasgenoten KiVa ook, waardoor 'een groep' vormen toch dat tikkeltje fijner wordt.